Actua

Nieuw in 2018!

Er staan fiscaal drie grote hervormingen op de planning :

  • de vennootschapsbelasting
  • het vennootschapsrecht
  • het erfrecht

De hervorming van de vennootschapsbelasting zal plaatsvinden in twee fases: de eerste fase in 2018, de tweede fase in 2020. De meest opvallende maatregel is dat het tarief daalt. Vanaf 2018 betalen vennootschappen 29,58 %, vanaf 2020 25 % (tegenover 33,99 % nu). Kleine ondernemingen zullen zelfs maar 20 % betalen op de eerste 100.000 EUR winst die ze behalen. De overheid wil deze hervorming echter budgetneutraal houden, wat maakt dat de notionele interestaftrek anders zal worden berekend en de regels voor kapitaalverminderingen zullen veranderen.

Ook het vennootschapsrecht wordt hervormd. De regering wil ondernemers die niet echt een vennootschap nodig hebben ontmoedigen om hier gebruik van te maken en eerder als natuurlijk persoon te werken. Bedoeling is vooral dat alles eenvoudiger wordt. Zo wordt het aantal vennootschapsvormen beperkt. Zo wordt de nv of naamloze vennootschap vanaf nu voorbehouden voor echt grote ondernemingen. De bvba of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid heet vanaf nu gewoon bv.

De regels van het nieuwe erfrecht zullen pas in september 2018 in werking treden. Dit om successieplanners, fiscalisten en notarissen de kans te geven zich op de wijzigingen voor te bereiden. Zo krijgen ouders een groter beschikbaar deel, dit is het deel waar ze volledig vrij mee kunnen doen wat ze willen. Daarnaast worden ook de regels inzake inbreng en inkorting aangepakt.

Pensioenopbouw

Tot nu toe waren zelfstandigen beperkt in hun mogelijkheden om op een fiscaal gunstige manier een spaarpotje aan te leggen voor hun pensioen: naast hun wettelijk pensioen, was er enkel nog het vrij aanvullend pensioen zelfstandigen (VAPZ). Vanaf 2018 kunnen ook zelfstandigen een extralegaal pensioen opbouwen zoals de bedrijfsleiders in een vennootschap dat kunnen met een groepsverzekering of individuele pensioentoezegging. Ze zullen een premie kunnen betalen die recht geeft op een belastingvermindering van (30 %), de latere uitkering van het gespaarde eindkapitaal wordt als volgt belast: een riziv-bijdrage van 3,55 %, een solidariteitsbijdrage van 2 %, en een belasting van 10 %.

Bron: Wolters Kluwer