Actua

Mobiliteitsbudget een feit!

Het mobiliteitsbudget geeft uw medewerkers de mogelijkheid hun bedrijfswagen in te ruilen voor een budget dat zij naar keuze kunt besteden aan een milieuvriendelijke bedrijfswagen of andere duurzame vervoersmiddelen, of zelfs kunnen laten uitbetalen.

De Wet op het mobiliteitsbudget is in werking getreden op 1 maart 2019. U beslist als werkgever zelf over het invoeren van het mobiliteitsbudget, voor de hele onderneming of voor een bepaalde categorie van werknemers. Alleen bedrijven die gedurende een ononderbroken periode van minstens 36 maanden voorafgaand aan de invoering van het mobiliteitsbudget minstens één bedrijfswagen ter beschikking hebben gesteld aan minstens één werknemer, kunnen het mobiliteitsbudget ook effectief invoeren.

Binnen het mobiliteitsbudget kunnen uw werknemers in principe kiezen uit een waaier van mobiliteitsoplossingen. Die zijn onderverdeeld in drie pijlers, elk met eigen sociale en fiscale regels. De werknemer kiest vrij uit de aangeboden mogelijkheden.

Pijler 1

Binnen de eerste pijler heeft de werknemer de mogelijkheid om voor een (andere) bedrijfswagen te kiezen. Een zuiver elektrische wagen kan altijd. Bij een oplaadbare hybride moet de elektrische batterij een capaciteit van minstens 0,5 kWh per 100 kilogram wagengewicht hebben. Daarnaast kan geopteerd worden voor een wagen met een maximale CO2 -uitstoot van 105 gram per kilometer. Voor wie in de loop van het kalenderjaar 2020 instapt, wordt dat 100 gram per kilometer. Een uitstootnorm van 95 gram komt er pas vanaf 2021. Verder moet de aan te merken emissienorm voor luchtverontreinigende stoffen van het betrokken voertuig ten minste overeenstemmen met de geldende norm voor nieuwe voertuigen. Als de werknemer opteert voor een milieuvriendelijke bedrijfswagen, dan blijven daarvoor de bestaande fiscale regels van toepassing.

Pijler 2

Binnen de tweede pijler mag het bedrijf een keuze aan ‘duurzame vervoermiddelen’ aanbieden, zoals (elektrische) fietsen, abonnementen of tickets voor het openbaar vervoer (bv. ook voor gezinsuitstappen), deeloplossingen (deelauto, carpooling, enz.). Zelfs huisvestingskosten met betrekking tot een woning gelegen in de buurt van de tewerkstelling komen in aanmerking. Vereist is wel dat de woonplaats zich dan in een straal van 5 km bevindt van de plaats van tewerkstelling. Indien een werknemer al een woning heeft die gelegen is binnen die straal van 5 km, kan hij eveneens de hypothecaire interesten/huurgelden aanwenden voor pijler 2. Deze tweede pijler blijft voor de werknemer volledig belastingvrij. Voor de werkgever zijn de kosten volledig aftrekbaar. Er zijn ook geen sociale bijdragen verschuldigd.

Pijler 3

De werknemer kan de uitbetaling vragen van het saldo van het mobiliteitsbudget dat hij niet heeft aangewend in pijler 1 of 2. Op dat bedrag wordt dan een sociale bijdrage van 38,07% ingehouden. Het uitbetaalde saldo wordt bij de werkgever wel als een volledig aftrekbare beroepskost beschouwd.

Het mobiliteitsbudget kan niet gecombineerd worden met een vrijgestelde tussenkomst in het woon-werkverkeer, met een fietsvergoeding of met een bedrijfsfiets. Werknemers die al gedurende minstens drie maanden voorafgaand aan de aanvraag de combinatie van een bedrijfswagen en een tussenkomst voor woon-werkverkeer genoten, kunnen in de toekomst ook de combinatie van de mobiliteitsbudget en de tussenkomst woon-werkverkeer blijven genieten. Wie voorafgaand aan de aanvraag een combinatie genoot van een bedrijfswagen en een vergoeding woon-werkverkeer en voortaan enkel nog een mobiliteitsbudget verkrijgt, kan niet een deel van zijn mobiliteitsvergoeding beschouwen als een vrijgestelde vergoeding voor woon-werkverkeer.

Bron: Ondernemersdatabank